Quintus is weer aan de rol (deel 1)

Quintus is weer aan de rol (deel 1)

Quintus is weer aan de rol (deel 1)

Met de nodige personele problemen togen wij voor de eerste officiële competitiedag naar HCB in Boxtel. Daar moesten onze beide teams voor het eerst op één dag twee volledige wedstrijden spelen. Heerlijk natuurlijk, maar wel wat lastig als er van je twintigkoppige selectie negen ziek, geblesseerd of onderweg zijn. En als er zich onder die negen ook nog 5/7 van je dames bevindt, heb je met twee teams echt een dilemma. Voor keeper Eric werd weer Stefan, de broer van William geregeld. En voor de rest moesten er dan maar enkele spelers van het ene team bij het andere invallen. Niet echt de bedoeling maar het was niet anders. Tegen twaalven kwamen wij in de Braken aan waar zojuist reeds de eerste match gespeeld was. BFC-CSV. Wij zagen nog net een klein donker wolkje boven het doel van Joyce hangen. Bij navraag bleek dat BFC in de beginfase, vooral door enige Limburgse lobjes die zelfs voor Joyce te hoog gegrepen waren, tot 5-5 stand had kunnen houden, maar dat CSV toch uiteindelijk met 19-6 haar eerste eclatante winst binnen had. Maar dat donkere wolkje boven Joyce voorspelde niet veel goeds voor haar. Zij zag de bui al hangen.

Terwijl wij in de kantine, met riant uitzicht op het speelveld de heerlijke cake van Bas genoten en de daar af en aan lopende en rollende sportieve rivalen begroetten, speelden onderhand HCB en SEW tegen elkaar. Een wedstrijd die met 9-6 voor SEW de eerste competitiepunten opleverden. Dan was het Quintustijd. De komende vier uur zouden onze beide teams om en om hun wedstrijden spelen. Quintus 1 beet het spits af tegen BFC en aangezien ons eerste inclusief keeper Stefan uit slechts een quintet bestond met maar één dame, werden daar Cor en Ton aan toegevoegd. Niet echt een versterking natuurlijk daar zij allebei spelen als een oud wijf, maar daarmee was wel meteen het probleem van het minimale aantal dames opgelost. Het begon onwennig voor beide teams. Ook bij BFC was de vaste keeper geblesseerd en daar ook zij het all-in the family wilden houden had Lucien zijn zeer getalenteerde dochter als doelverdedigster meegenomen.

Vooral Yves was hiervan in het begin nogal onder de indruk en keek eerst de kat uit de boom. Totdat hij ontdekte dat deze dame als keepster niet voor de poes was en hij alle schroom van zich af gooide. Toen waren wij echter al ruim 7 minuten op gang en stond het pas 1-1 door zowel een lob die de lange Stefan verraste, als een idem dito boogbal waarmee onze oudste bewees dat je met dergelijk passief spel toch een Tonscoorder kan zijn. Echter na die eerste lob van BFC rechtte Stefan zich de rug en daar de Limburgers het daarna al maar bleven proberen met die pisballetjes kon hij die stuk voor stuk afvangen om die vervolgens meteen met ook al weer een grote boog lukraak het veld in de gooien. Daar wervelde dan steevast Yves rond die die ballen links en rechts oppikte en daarmee vervolgens zo rap op het doel van BFC afsnelde en daar zijn projectielen op los liet, dat hij er nog voor de thee vijf op een rij achtereen in knalde. En na een 6-2 ruststand ging dat zo onverdroten voort. BFC lobte, Stefan ving en lanceerde en Yves ving en produceerde. Ondanks het gebrek aan dames bij ons regende het oude wijven op het doel van die arme V&L keepster. Tot bij een 11-3 stand de cirkel weer rond was en Ton nogmaals met een nichterige lob liet zien hoe je zoiets doeltreffend doet. Een vlaaitje van eigen deeg voor BFC derhalve wat Quintus 1 een 12-3 zege opleverde.

Daarna was het meteen al het titanentreffen tussen CSV en Quintus 2. En hier had Quintus na het debacle op het EK nog wat recht te zetten. Hiertoe werd, omdat ook zij in hun summiere zevental slechts één dame hadden, en wel Tineke die weliswaar over een manhaftige inzet beschikt, maar wiens longinhoud en spierkracht daar helaas omgekeerd evenredig aan zijn, het frêle jonge meisjeslichaam van Yves ingezet. CSV was daar niet echt van onder de indruk. En dat liet met name Frank meteen merken door Arie tweemaal achtereen zo loeihard te passeren dat het onze goalie voor een paar tellen volkomen de mond snoerde. En daar is toch wel heel wat voor nodig.

Doch direct daarop zat zijn concullega Joyce ook met haar mond vol tanden toen Roy haar diep in de ogen keek en haar met een laag bij de grondse stuiter deed blozen. Wanhopig keek Joyce omhoog, waar nog altijd dat donkere wolkje hing. Het zou wel eens kunnen gaan donderen vandaag, begreep zij. Meteen hierop begon het signaal van het scorebord irritant te zoemen. Het spel werd even stil gelegd, het euvel verholpen om dan na luttele seconden weer de kop op te steken. Hierna bleek ook nog de tijd op 76 minuten te staan in plaats van op 16 en dat kwam onze concentratie niet te goede. Werd ook hier aan psychologische oorlogsvoering gedaan?  Als dat al het geval was deed het in ieder geval onze Arie Bombarie goed. Hij schrok wakker van al die herrie en begon vervolgens aan een berenpartij keepwerk zoals hij in lange tijd niet beleefd had. Ziedende zoevers van Frank en laaiende loeiers van Bart; uiteraard ging er af en toe wel eentje in, maar het merendeel ranselde hij zijn doel uit alsof hij op een piratenschip zijn maagdelijkheid verdedigde. En hoe meer voor hem de zon ging schijnen, hoe meer de donkere wolken zich aan de overkant samen pakten. In een voor elk normaal mens veel te hard aangespeelde break-out zag Joyce in ene een hevige lichtflits. Daar heb je het gedonder al, dacht zij. Maar het was geen bliksemschicht, het waren de witte tanden van Yves die als de gesmeerde bliksem achter een onmogelijke bal aan ging. Vlak voor de cirkel dook hij diep voorover en lepelde de bal met een brede grijns voorbij de verbijsterde Joyce. En nog was het gedonder in de glazen voor haar niet voorbij. Met nog luttele seconden te spelen voor de rust zag zij

vanaf de middellijn William aan komen met een gemene glimlach op zijn gezicht. Ze wist donders goed wat hij van plan was, ze kende hem van haver tot gort. En op hetzelfde moment dat zijn lange afstandsschot op haar kruising af ging, schoot haar hand daar naar toe. Om helaas hopeloos mis te grijpen. En weer ging de zoemer. Het was rust en 9-7 voor CSV. Maar de bui was nog lang niet over.

 

Een schitterende schijnbeweging van William; 9-8. Een fraai vrij gespeelde Martijn; 10-8. Dan weer 10-9 door Wil’s kracht en toen daarna in ene Roy weer zijn machtige arm naar achteren haalde en hij Joyce weer doordringend in de ogen keek, iets wat hij twee keer achtereen deed, was zij volkomen verloren. Haar tennisarmen grepen mechanisch naar de bal, maar als verlamd zag zij die tot twee maal toe machteloos door de vingers glippen. Het was 11-11 en een misselijk makende spanning sidderde door de Braken. Wie zou de sterkste zenuwen hebben?  Frank en Bart beukten wanhopig op het doel van Arie die juist almaar groeide en groeide. Hij legde de lat steeds maar hoger en zelfs toen had de opponent de grootste moeite om hem te verschalken. Arie steeg boven zichzelf uit tot het bij een 15-15 stand nagenoeg tijd was. De klok gaf nog twee seconden aan. In een laatste stuiptrekking haalde CSV uit. Een stroom van ontzetting voer door onze groene golf. De klok stond nu op nul komma nul en de bal schoot buiten bereik van Arie op de doellijn af. Waar bleef die zoemer?  En dan, ja met de bal nog 2 millimeter voor de streep klonk daar dat verbeide signaal. 15-15 in het eerste competitietreffen tussen CSV en Quintus 2. Wat een zinderende competitiestart. Er werd nog lang over na gepraat.

Maar niet door Joyce. Haar besluit stond al vast. Bij de eerst komende gelegenheid, nog voor het aanstaande Quintustoernooi, zou zij een keer bij Quintus mee gaan trainen, om nog een keertje met Arie Bombarie te sparren. “Want,” zo zei zij: “Van een ouwe stoel moet je het leren.”

Ton

leave a comment

Create Account



Log In Your Account



%d bloggers liken dit: